De ins- en outs van een succesvolle re-integratie

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

… De tweede fase van herstel burn-out

Dit blog is geschreven door Robbert Houtman van Isamu Psychologen

Dit blog gaat over de tweede fase van herstel bij burn-out. De eerste fase bestond uit de ‘simpele’ taak van het tot rust komen, maar daarmee kom je alleen uit die hoge versnelling. Dit betekent dat je in plaats van voortdurend gespannen, meer wisselend gespannen zult zijn (en nog een veelheid aan andere klachten hebt en daarnaast nog niet belastbaar bent). Zoals eerder betoogd is deze afname van spanning wel een voorwaarde om uiteindelijk je energie en belastbaarheid weer op te kunnen gaan bouwen (zie blog 2).

Soms gaat gedurende die eerste fase te weinig slapen over in teveel slapen en vaak voelen mensen zich alleen nog maar moeier worden, op het moment dat ze stil vallen en die spanning geleidelijk begint te dalen. Belangrijk is om dit toch als een stap vooruit te zien en als ‘normaal’ en passend bij het herstelproces. Maar ingewikkeld is het op gang komen van herstel vaak wel omdat de goede momenten maar kortstondig zijn en het herstel je voortdurend weer lijkt te ontglippen. De meest gemaakte fout op het moment dat het in rust weer wat beter gaat is dat iemand meent er dan weer te zijn. Het jezelf kortstondig herkennen is een enorme trigger om te gaan geloven dat de controle over jezelf weer terug is. Maar je zal snel merken dat het je even weer goed (of jezelf) kunnen voelen niet betekent dat je je belastbaarheid weer terug hebt. Deze moet nog helemaal worden opgebouwd.

Mensen noemen op het moment dat die eerste fase zo’n beetje is afgerond dat ze zich op steeds meer momenten rustig(er) voelen, zolang ze maar niet met stress en ‘moeten’ geconfronteerd worden. Soms zal iemand melden dat hij (of zij uiteraard) zelfs steeds vaker weer aan ‘weer iets gaan doen’ kan gaan denken. De beste vraag die je iemand kan stellen die aangeeft weer te willen gaan werken is of hij dat zegt omdat hij zich echt weer wat beter voelt, of omdat hij vindt dat het nu eenmaal te lang duurt en nu maar eens klaar moet zijn (of woorden van soortgelijke strekking). Alleen bij het eerste antwoord kan je zeggen dat er genoeg herstel ‘van onderuit’ heeft plaatsgevonden. De tweede is top-down bezig zijn herstel af te dwingen (en moet vooral tegen zichzelf in bescherming worden genomen).

Bij herstel van burn-out kunnen geen stappen overgeslagen worden
Maar alhoewel sommigen echt weer ‘aan iets kunnen gaan doen’ kunnen denken, is het ook normaal om gelijk weer spanning te voelen bij het idee weer terug te ‘moeten’ naar werk. En iedereen zal in deze fase van herstel gespannen raken bij het beeld van in een hoog tempo weer volledig mee (moeten) draaien. Vaak voelt dit om opnieuw in die rijdende trein te moeten springen, waar je maanden eerder keihard uit gekukeld bent. Dat zo’n gedachte gelijk veel spanning geeft is volledig te begrijpen. Dat is namelijk, naast een pijnlijke herinnering, ook nog zoveel stappen weg! Herstel is namelijk stap voor stap. Stap twee is nodig om stap drie te kunnen bereiken (enzovoorts). Dus de laatste stap is echt nog oneindig ver weg. Het is belangrijk om je te beseffen dat je niet gaat werken omdat je alweer beter zou zijn, maar alleen in het kader van je herstel, juist om verder te kunnen herstellen.

Naast de vraag of je nog wel mee zal kunnen draaien is het ook volledig normaal om te tobben met de vraag of je überhaupt nog wel mee zou moeten willen draaien. En of het niet hoog tijd voor iets anders is. Jezelf deze vraag stellen is echter net zo zeer jezelf overvragen, aangezien je door je veelheid aan klachten en sterk verminderde belastbaarheid eigenlijk nog ontoerekeningsvatbaar bent (althans: om zo’n soort inschatting of keuze te gaan maken). Zaak om je oogkleppen proberen op te zetten en het stap voor stap te blijven benaderen. En je zou kunnen zeggen: nagenoeg 100 procent van de mensen twijfelt aan de start. Echter 90 procent zal uiteindelijk gaan melden dat ze het weliswaar niet verwacht hadden, maar dat ze inmiddels tot een nieuwe balans zijn gekomen (dankzij eigen aanpassingen, maar ook vaak door veranderingen in de werkomstandigheden, nadat het kalf verdronken is geweest). Hierdoor is het dan toch tot een echt andere ervaring geworden gelukkig. Waarschijnlijk zal slechts 10 procent na voltooiing re-integratie gelijk voor iets anders kiezen. Maar die kiest dit dan wel vanuit herstel (waardoor je ook daadwerkelijk elders aan de slag kan gaan).

Re-integratie is het middel per uitstek om je energie stapsgewijs op te gaan bouwen. In dit blog zal verder beschreven worden hoe zo’n re-integratie er vanuit een herstelperspectief idealiter uitziet. Niet gezegd dat het perse mis gaat als deze adviezen en richtlijnen niet tot de punt en komma gevolgd worden. Er zijn immers meer wegen naar Rome. Toch blijkt uit de praktijk dat bij mensen die in relatief korte tijd met meerdere burn-outs te maken hebben gekregen, er vaak iets aan te wijzen valt in de eerdere re-integratiepogingen. Vaak is er dan sprake geweest van een te snelle re-integratie op wilskracht (met druk van buiten of van binnen, of van allebei). En ook vaak van een te korte eerste fase (de spanning was nog onvoldoende afgenomen). Het is dan ook eigenlijk de vraag of er wel sprake is van meerdere burn-outs, of dat er eigenlijk niet sprake is van één langere, meer chronische burn-out. De ervaring leert helaas in het geval van een meer chronische burn-out dat het herstel zich dan echt pas tergend langzaam aandient, zelfs als alle benodigde herstelomstandigheden op een gegeven moment wel aanwezig zijn.

Een vraag die iedereen bij een volledige ziekmelding (cliënt, werkgever en Arboarts) logischerwijs het meeste bezighoudt is wanneer er weer sprake kan zijn van re-integratie. Wat is nu het beste moment om weer te beginnen? Wanneer is iemand voldoende tot rust gekomen? Alhoewel je hier dus wel iets zinnigs over kan zeggen (je moet je steeds vaker goed kunnen voelen zonder belasting, zij dat dit nog wisselvallig is) is vaak een veel belangrijker punt, om te zorgen dat je vooral insteekt op een passende eerste stap, wat betreft de re-integratie. Op het moment dat ‘eerder’ tot re-integratie wordt besloten zal het per definitie met kleinere stappen moeten zijn en zal waarschijnlijk ook minder snel opgebouwd kunnen worden. De vraag lijkt dan ook terecht of een vroegere start van re-integratie wel tot tijdswinst zal leiden.

Vaak wordt ‘koffie drinken’ als een laagdrempelige passende eerste stap geopteerd (en vaker nog op het moment van een relatief vroege re-integratie). En alhoewel het echt een grote stap voorwaarts kan zijn om de drempel van weer eens fysiek aanwezig te zijn geweest te hebben geslecht, moet ook niet onderschat worden hoe heftig ‘koffie drinken’ eigenlijk wel niet is! Het is namelijk vooral een sociale activiteit, waarbij je vrij weinig invloed hebt op wat en wie er op je afkomt en op welke manier. Vaak gaat het dan dus ook per definitie snel over jezelf en je herstel, wat nou niet bepaald de minst beladen onderwerpen zijn. Ook valt er in deze fase nog niet echt heel veel goed nieuws over te melden. Een advies dat ik vaak geef is om ‘koffie drinken’ zoveel mogelijk te skippen en daarom maar juist snel met een ‘klusje’ te gaan beginnen. Dan kan je binnen komen, even groeten en je vervolgens installeren op een werkplek (en je wat terugtrekken) om met iets kleins aan de slag te gaan.

De drie pijlers van een re-integratie
Wat betreft de feitelijke re-integratie valt te zeggen dat deze uit drie pijlers bestaat. Het gaat in eerste instantie om het opbouwen van uren. Deze opbouw kan waarschijnlijk het beste trapsgewijs zijn. De tweede belangrijke factor is het soort taken. Het gaat dan in eerste instantie om aangepaste taken zonder tijdsdruk. En in deze laatste twee woorden zit voor een deel ook de derde en laatste factor opgesloten: tot slot gaat het om de intensiteit, dus dat de re-integratie in de luwte kan beginnen, zonder tijdsdruk. En iets minder bekend: dat iemand ook wel echt oplet zelf niet teveel gas te geven (de intensiteit ‘van binnen’, oftewel het gaspedaal).

Zowel in de uren als in de soort taken, als complexiteit moet een opbouw plaatsvinden. Doorgaans kan je zeggen dat de opbouw van complexiteit van taken en intensiteit achter de opbouw van uren aanhobbelen. Op het moment dat iemand de 100% uren weer aantikt kan je dus eigenlijk niet verwachten dat hij of zij volledig hersteld is (hoewel dit wettelijk wel zo kan zijn). Waarschijnlijk kan hij of zij op dat moment echt nog niet de volledige complexiteit aan (of althans niet met een hogere intensiteit). Hoe moeilijker iemands taken zijn hoe lastiger het zal zijn om de uren op te bouwen. Hetzelfde geldt voor de intensiteit: dit kan dus zowel druk van buiten zijn (bijvoorbeeld deadlines), als gewoon zelf opgelegde druk om ‘te knallen’ en weer van betekenis te zijn (vaak uit schuldgevoel en/ of onzekerheid). Maar ook hoe hoger de intensiteit hoe moeilijker het zal zijn je uren op te bouwen en dus om te herstellen.

Wat betreft uren is de meest gebruikte methode om elke twee weken er iets bij te doen. Zo zal je de ene week een stap maken die je wel enigszins mag merken. Het moet niet een stap in het rood zijn, maar wel in het oranje (je mag het een beetje merken, maar je moet niet al te zeer op apegapen liggen erna en je de volgende dag wel weer enigszins hersteld voelen). In principe zet je pas een volgende stap als de huidige stap groen is geworden. Dus op zijn vroegst om de week een stap erbij. Het is best ingewikkeld te bepalen wanneer iets voldoende groen is geworden voor een volgende stap, aangezien je in deze fase nog klachten kunt ervaren, ook als je alles goed doet en het per definitie nog heel wisselvallig zal gaan. Andersom geldt vaak wel dat je het goed kan merken, wanneer je in het rood zit. Zaak is dan om niet te denken dat nog even volhouden (en dus met moeite een eindstreep aantikken) tot herstel zal leiden. Het tegenovergestelde is veel eerder waar: wat je overhoudt gaat terug het vat in! Daarom de regel: eerder (moeten) stoppen mag altijd, maar werk nooit langer door. En ga dus altijd eerder weg als je een slechte dag hebt. Dit laatste is vooral in de eerste stappen heel moeilijk: dan werk je immers vaak maar (bijvoorbeeld) twee keer twee uur per week. En dan zou je nog eerder weg moeten? Bedenk wel dat de eerste stappen relatief het zwaarst zijn. Als je van twee keer twee uur naar twee keer drie uur gaat, komt er eigenlijk de helft bij. Terwijl als je van 20 naar 22 uur gaat (eveneens twee uur verschil) is dit maar een toename van tien procent. Daarnaast: hoe verder je komt hoe meer buffer je weer hebt en dus hoe meer je ook wel weer eens iets kan uitproberen hoe iets valt. In het begin is deze buffer er echt nog niet en luistert het allemaal veel nauwer (en ga dus vooral eerder weg als je het niet meer trekt!).

Aan de andere kant kan je ook stellen dat veel klachten nog aanwezig zullen zijn, zolang je nog niet alle stappen doorlopen hebt. Veel klachten vallen dus te normaliseren puur door de fase waar iemand in zit (nog niet boven aan de trap, maar nog ergens bezig met de re-integratie). Echt beter worden ontstaat alleen door toch (passende) stappen te blijven zetten.

Wat betreft de opbouw van taken valt te zeggen dat het vooral voor de eerste stappen van belang is dat dit gaat om aangepaste taken, die je het liefste meer solo kan uitvoeren en die niet al teveel denk- en concentratie vermogen kosten. Vaak is het prettig als je daarnaast wat kan wisselen tussen taken en ze een hoog ‘praktisch gehalte’ hebben, dus liefst iets uitvoerends. Een veelgemaakte fout is dat mensen bij zichzelf te raden gaan van welke taak uit hun takenpakket ze de meeste energie menen te halen. Alhoewel dit enerzijds een legitieme vraag lijkt, komen er dan altijd klussen die prima zijn voor (bij wijze van spreken) stap 5 of 6, maar eigenlijk nooit om mee te beginnen. Daarnaast gaat het er niet om jezelf weer te inspireren en enthousiasmeren uit je burn-out, maar om stap voor stap je energie te gaan opbouwen (een belangrijke nuance). Soms roepen cliënten dan ontzet: ‘maar moet ik dan zomaar wat gaan kopiëren?! Dan wordt ik echt depressief!’ Alhoewel dit een breed gedragen sentiment is, komen ze hier doorgaans na de eerste weken op terug en wordt toch teruggegeven dat het eigenlijk heel lekker was om met iets simpels en uitvoerends te kunnen landen en de eerste stappen mee op te kunnen bouwen (kopiëren hoeft het eigenlijk ook nooit te zijn). En verder geldt: zodra iemand iets saai begint te vinden is dit een teken dat er iets bij kan of iets mag veranderen. Je hoeft jezelf dus nooit tegen heug en meug tot iets te blijven verplichten.

Je mail wegwerken is daarnaast ook bepaald geen taak om mee te beginnen. Het stelt je bloot aan soms negatieve berichten, maar meestal vooral aan een veelheid van mensen die iets van je moeten (mega onrustig dus). Beste alle mail in zijn geheel in een mapje te parkeren en/of je mail nog zo lang als mogelijk is door een collega te laten bijhouden. Evenmin is het niet handig om gelijk mee te gaan vergaderen. Zelfs als je er alleen bij zit en geen actieve rol hoeft te vervullen, zal je toch merken hoe belastend het is om steeds te moeten switchen met je aandacht. Zelfs het mee gaan lunchen is soms beter nog even achterwege te laten, vanwege soortgelijke redenen. Belangrijk de reden wel even toe te (laten) lichten.

Het is geen gouden wet, maar verder geldt als richtlijn dat naarmate mensen weer ongeveer op 50% van hun uren zitten, ze geleidelijk aan steeds meer hun eigen taken op zich kunnen gaan nemen. Zaak is om hier een logische opbouw in te maken en met de meer solistische en minder complexe taken te beginnen. En pas als laatste de intensiteit te gaan verhogen.

Stem af  – en pas zo nodig aan
Maar zoals in de eerdere blogs is benadrukt dat het uit de hoge versnelling komen per definitie heel subjectief en op maat is, zo geldt dat toch ook voor de re-integratie. Belangrijk is om te realiseren is dat een plan (of stap) vooraf op papier nog zo goed kan lijken, maar dat dit nog altijd in de praktijk getoetst en ervaren moet worden. Laat dit dus vooral geen reden zijn om een op het oog goed plan (tijdelijk) los te laten! En eigenlijk komen we hiermee aan bij de belangrijkste en kortste versie van een geslaagde re-integratie: zolang de herstellende werknemer maar eerlijk tegen zichzelf kan zijn en dit durft uit te spreken en zolang de werkgever zo nodig en in overleg hierop aanpassingen maakt (het plan samen bijstellen), dan kan het eigenlijk nooit mislukken! Er is immers altijd een kleinere stap of zijstap te verzinnen. En juist hierom is het zo enorm belangrijk dat degene die aan het herstellen is vooral met een nieuwsgierige blik naar zichzelf en zijn beleving blijft kijken en niet teveel probeert te sturen of forceren. Je bent namelijk helemaal niet verantwoordelijk voor hoe je een stap ervaart. Je bent alleen verantwoordelijk verstandig met je ervaring om te gaan. En hoe meer je werkgever deze verantwoordelijkheid met je deelt (en het je ook niet kwalijk neemt), hoe prettiger en uiteindelijk sneller de werkhervatting en het herstel zal zijn. En wilskracht is in deze fase nog steeds vooral je vijand. Dat is een veel reëler gevaar dan ‘negatief denken’ of ‘beren op de weg zien’, of een ander verwijt in die trant.

Alhoewel in dit blog ook zeer veel niet besproken is, is hier hopelijk wel voldoende aan bod gekomen om een goed beeld te krijgen van de uitdagingen en de taken van het re-integreren in het kader van herstel van burn-out. Bij een burn-out is de re-integratie echt een wezenlijk onderdeel van je herstel, veel meer dan bij andere (meer) psychische klachten. Daarom is het ook zo lastig als mensen (bijvoorbeeld vanwege een tijdelijk contract) niet de mogelijkheid hebben om nog te re-integreren. Zij zullen dan op zoek moeten gaan naar een ‘alternatieve re-integratie’ en deze zelf gaan vormgeven, wat doorgaans niet heel makkelijk te organiseren is.

In het volgende blog komen de benodigde veranderdoelen aan bod. Hoe en wanneer deze te bepalen en hoe deze hopelijk te bereiken. Dit uiteraard met het idee om een volgende burn-out te kunnen voorkomen. En alhoewel dit een zeer reëel onderdeel is van een burn-out behandeling, hoop ik dat mijn blogs bijdragen aan een nuancering hiervan. Namelijk dat het niet alleen om jezelf aanpakken en veranderen gaat (dit krijgt vaak in behandeling of coaching al snel de nadruk, wat het feitelijke herstel in de weg kan zitten, omdat daarmee de lichamelijke component van het herstel wordt onderschat). En ook zou ik willen aanvoeren dat alleen al het doorlopen van de juiste stappen in de juiste volgorde een belangrijk aspect is om een ‘volgende’ burn-out te voorkomen. Hierdoor is er namelijk ruimte voor een meer structureel herstel, waarbij mensen leren uit een wezenlijk ander vaatje te tappen (het herstel van onderaf in plaats van op wilskracht). Dit is wat mij betreft de mooiste paradox van een burn-out, waarbij het ‘slechts’ focussen op het herstelproces een zeer waardevolle leerervaring biedt! Tot slot zal ook aan bod komen wanneer je wel mag bepalen dat je huidige baan het echt niet meer voor je is (op het moment dat je re-integratie stagneert).

Door Robbert Houtman van Isamu Psychologen.

Dit vind je misschien ook interessant